Verder na een burn out, waar begin je?

Blik helpt als loopbaancentrum verschillende collega’s zoals jij en ik, naar een fijnere werkplek of een prettigere werksfeer. Eén van de (inmiddels ex-)collega’s die Blik geholpen heeft is Annie Brouwer. Annie werkte als Sociaal Werker Jeugd & Gezin bij het Sociaal Wijkteam. Totdat ze in een burn-out raakte.

‘Ik dacht dat ik na drie weken vakantie wel weer beter zou zijn, maar dat bleek niet zo. Toen raadde de bedrijfsarts mij aan om eens met een loopbaanadviseur te gaan praten, omdat het werk ook niet meer goed bij mij leek te passen. Dat vond ik een hele enge gedachte, omdat ik net gescheiden was. Mijn collega’s en werk voelden als een veilige plek voor mij. Een soort vaste constante in mijn veranderende privéleven. Toch wilde ik samen met Blik uit gaan zoeken of het werk nog wel bij me paste, omdat ik ergens voelde dat ik hierin iets te onderzoeken had. Uiteindelijk zijn we er samen achter gekomen dat het werk niet meer bij mij paste.’

Een goede oplossing voor beide partijen

‘Eén van de spannendste momenten uit mijn leven vond ik tegen mijn leidinggevende, Karin (Otten, red.), zeggen dat de functie niet meer bij mij paste. Maar daar reageerde ze juist heel behulpzaam op. Ik kreeg echt de ruimte om die zoektocht met mezelf aan te gaan en te kijken hoe ik verder wilde en kon,’ zo zegt Annie.

Karin lacht: ‘Ik was juist blij dat Annie aangaf dat ze niet meer blij werd van haar werk. Dat voorkomt dat we een situatie aangaan waarbij Annie niet lekker in haar vel zit en ik onverhoopt probeer om haar taken te geven waar ze uiteindelijk niet gelukkig van wordt. Dat is een cirkel waar je niet uitkomt. Als Annie de stap niet genomen had, had ze weleens veel langer ziek kunnen blijven of opnieuw ziek kunnen worden. Dat drukt ook op mijn ziekteverzuim. Doordat Annie het aangaf konden we afspraken maken. We konden weer verder. En dat gaf mij en het team duidelijkheid en perspectief.’

Een veelzijdig proces

‘Mijn proces bij Blik begon met een TMA (De Talenten Motivatie Analyse, een persoonlijkheidsanalyse) om te kijken welke eigenschappen en kwaliteiten ik heb’, vertelt Annie. ‘Maar ook om te zien wat mijn drijfveren zijn en waar ik blij van word. Dat gaf mij extra bevestiging dat ik niet op de goede plek zat. Mijn eerste loopbaanadviseur, Mathilde van der Veen, stelde precies de juiste vragen waardoor ik na ging denken. En die vragen hadden niet alleen betrekking op mijn werk, maar ook op mijn leven. Toen dat afgerond was en ik weer beter was na mijn burn-out, ben ik vanwege Mathildes vertrek naar PPP overgestapt naar Eva (Fledderus-Berends, red.). Toen werd het heel concreet, want toen hebben we een vaststellingsovereenkomst ondertekend. De regels van die vaststellingsovereenkomst waren heel duidelijk: binnen een jaar moest ik een nieuwe baan vinden. Tot die tijd had ik alle ruimte en een budget om uit te zoeken wat bij me paste, om stage te lopen, netwerkgesprekken te voeren etc., ik kreeg zelfs een extra budget voor therapie, maar na dat jaar was het klaar en moest ik ontslag nemen. Ik had dus geen recht op WW als ik binnen dat jaar niet een nieuwe baan zou vinden. Daardoor kreeg ik ineens een doel met een deadline.’

‘Ja, dat is heel spannend,’ zegt Marijke lachend. ‘In die vaststellingsovereenkomst staat dat je niet meer terug hoeft naar je reguliere werk, omdat je aangegeven hebt dat je er niet meer gelukkig van wordt. Ook staan de afspraken die Annie en ik gemaakt hebben over het tijdsbestek dat ze kreeg om een andere baan te zoeken en de hoogte van haar opleidings- en loopbaantrajectbudget in de overeenkomst. Tegelijkertijd heeft Karin voor een re-integratiebaan voor Annie gezorgd.’

‘Dat jaar bestond inderdaad in het begin vooral uit loopbaanactiviteiten en mijn re-integratiebaan bij het Klant Contactcentrum. Ik zat daar enorm op mijn plek en ben ook nog steeds heel dankbaar dat ik daar mocht re-integreren,’ zegt Annie.

De deadline komt steeds dichterbij

‘Het eerste deel van het jaar heb ik vooral gebruikt om erachter te komen wat ik wilde en om te voorkomen dat ik weer in een burn-out zou raken’, gaat Annie door. ‘Na de zomer wist ik door mijn coach precies wat ik wilde en waar ik gelukkig van zou worden. Toen ben ik ook weer begonnen met solliciteren. Begin december had ik nog geen werk, dan komt de deadline toch wel steeds dichterbij, want vanaf 1 januari 2020 zat mijn jaar er op en moest ik ontslag nemen. Dat werd wel even spannend. Toch was het gevoel dat alles op z’n pootjes terecht zou komen heel sterk. Uiteindelijk ben ik op een plek buiten de gemeente terecht gekomen waar ik het fantastisch naar mijn zin heb. Het is echt een cadeautje.’

‘Je hebt misschien laat een baan gevonden, maar je was er toen ook pas aan toe,’ zegt Eva. ‘Je hebt alle maanden van dat jaar gevuld met waar je op dat moment aan toe was. Je bent begonnen met die coaching om te kijken wat je precies wilde, hebt heel serieus werkvelden onderzocht, stond volledig open voor alle opdrachten die je kreeg en hebt continu op jezelf gereflecteerd. Je hebt echt gedaan wat je kon. Het kan ook heel anders lopen als iemand zich niet zo inzet als Annie.’

Investeren in iemand die weggaat

Aan zo’n traject met een vaststellingsovereenkomst zit een zakelijk en een menselijk aspect,’ zegt Eva. ‘Maar uiteindelijk gaat het om de medewerker. We hebben met z’n allen heel veel werk te doen voor de stad, dus we moeten er gezond staan voor de inwoners.’  ‘De slogan van HR is ‘de juiste mens op de juiste plek’, zegt Marijke. Dus als iemand niet op de goede plek zit, zetten we ons er met z’n allen voor in om dat wel voor elkaar te krijgen. We werken er met z’n allen hard naartoe en als iemand als Annie dan uiteindelijk het doel behaalt waarin ze weer gelukkig is, maakt dat mij blij.’

Aanmelden

‘Iedereen kan zich aanmelden voor zo’n traject,’ zegt Eva. ‘Ook mensen die niet in zo’n heftige situatie als Annie zitten, zijn meer dan welkom. Als je je bijvoorbeeld afvraagt of je nog wel met plezier naar je werk gaat of aan het einde blij bent dat de dag er weer uit zit, kunnen wij je misschien helpen. Het hoeven echt niet allemaal intensieve trajecten te worden, zoals deze. Het kan ook juist korter en/of minder spannend zijn, waardoor je soms ook juist bij mensen ziekte kan voorkomen.’

‘En ook als je het niet met je leidinggevende wil bespreken is het goed,’ voegt Marijke toe. ‘Soms ligt het probleem juist bij het feit dat het niet goed botert tussen een leidinggevende en een medewerker. Dan kan een medewerker alsnog een beroep op ons doen. Dan wordt hij of zij eventueel begeleid door een andere leidinggevende.

Hoe gaat het nu met Annie?

Annie straalt: ‘Het gaat nu heel goed met mij. Ik ben erg gelukkig met mijn leven, ondanks de enorme veranderingen die hebben plaatsgevonden. Misschien juist wel dankzij die veranderingen. Ik ben met mijn neus in de boter gevallen. Ik zou iedereen adviseren om op onderzoek uit te gaan en actie te ondernemen als ze hetzelfde voelen als wat ik voelde. En mocht je de moed daar (nog) niet voor voelen, dan zijn er altijd mensen, zoals je loopbaanadviseur, die je daarin kunnen coachen.’